‘Identity homes’

We hebben allemaal wat ik noem ‘identity homes’ oftewel het ‘thuis van onze identiteit’, waar we het meest het gevoel van authenticiteit voelen, en ons, zoals ‘thuis’, mee vereenzelvigen en op onze plaats zijn. Zo’n ‘thuis’ bestaat gedeeltelijk uit de gestructureerde lagen van etnische en sociaal-culturele identificaties, talen, plaatsen die we hebben bewoond, familietradities, en andere bepalende kenmerken van ons sociale en zintuiglijke landschap van verleden en heden. Een ‘thuis van onze identiteit’ bestaat ook uit onze intiemste, primaire ervaringen ons gezien, gewaardeerd en begrepen te voelen voor wie we zijn en wat ons potentieel is; de ervaring van het correct en veilig worden vastgehouden in de geest van een ouder, echtgenoot/echgenote of ander belangrijk persoon.

Wat is de betekenis van ‘thuis’?

Dit is een onderwerp dat in alle contexten aan de orde komt – het werken met cliënten, in onze culturele complexiteitsgroep, of in verband met mijn onderzoek over niet-mainstream ouderschap of seksuele identiteit. Sarah Payton, een documentairemaker die over dit onderwerp de film No Place Like Home en de installatie What it Seems to Be, deelde het volgende citaat van de Franse filosoof Vincent Descombes met mij:

‘Waar is het karakter thuis? De vraag heeft minder betrekking op een geografisch gebied dan op een retorisch gebied (retorisch in de klassieke zin, zoals gedefinieerd door de retorische handelingen: verdediging, aanklacht, lofrede, censuur, aanbeveling, waarschuwing en ga zo maar door). Het karakter is thuis als hij zich op zijn gemak voelt in de retoriek van de mensen met wie hij zijn leven deelt. Het teken van thuis-zijn is het vermogen om zich zonder al te veel moeite verstaanbaar te maken, en de redenering van anderen te volgen, zonder enige noodzaak voor lange verklaringen. Het retorische land van een karakter eindigt waar zijn gesprekspartners niet meer de redenen begrijpen die hij voor zijn daden en acties geeft, de kritiek die hij geeft of het enthousiasme dat hij toont. Een verstoring van retorische communicatie duidt het overschrijden van een grens aan, die natuurlijk moet worden voorgesteld als een grensgebied, in plaats van als een duidelijk omschreven lijn.’

Ik denk dat dit de kern van de ervaring is, of op z’n minst een significant deel ervan. Wij voelen ons thuis als we ons door anderen begrepen voelen, waarbij ik ‘anderen’ in brede zin zou willen definiëren om zo ook de ‘anderen’ in de geest mee te rekenen, net als degenen die letterlijk aanwezig kunnen zijn op het moment van het ervaren.

En tegelijkertijd is er de kwestie van projectie in ‘anders-zijn’. Ook een vorm van complexiteit. Als ik besef hoe ik jou onbewust als ‘anders’ zie en definieer, en daarmee het anders-zijn dat binnen in mij is herken, kunnen nieuwe dingen gebeuren.